Anders doen 6

Anders doen: Karin van der Vries

Karin van der Vries is regiomanager bij Van Boeijen, een organisatie die zorg verleent aan verstandelijk gehandicapten. Ze deed in 2012 mee met Touching.

Wat wilde je doen?

Ik wilde vooral mínder doen. Als het me lukt om los te laten dat ik altijd ergens iets van moet denken of vinden, dacht ik, dan ben ik al anders. Het belang van die openheid probeer ik nu ook aan anderen mee te geven. Ik denk namelijk dat dit de voorwaarde is voor het creëren van een ruimte waarin iedereen die bij onze zorg betrokken is, verzorgers, leidinggevenden en ouders, samen de benodigde oplossingen bedenkt voor zowel bezuinigingsplannen als behandelplannen.

Hoe probeer je dat te bereiken?

Het bijzondere van mijn werkomgeving is dat onze medewerkers die open houding in de interactie met cliënten als vanzelfsprekend aannemen. Dat kan ook niet anders met cliënten met zulk complex gedrag. Ze zijn zich daar echter niet altijd bewust van. In trainingen benoemen we dat en zoeken we uit hoe ze tot die open houding komen, zodat ze het gaan herkennen. Dan zien ze ook dat ze dit voortdurend doen in hun dagelijks werk, maar niet in de interactie met elkaar. Daarna stellen we simpelweg de vraag: Wat zou er gebeuren als je die vaardigheid niet alleen inzet in de interactie met cliënten, maar ook in de rest van je werk?

We zijn ook ouders veel meer gaan betrekken bij de organisatie en de zorg. Vroeger werden ouders zoveel mogelijk weggehouden bij hun kind en mochten ze zich nergens mee bemoeien. Nu spreken ouders en medewerkers in gezamenlijke bijeenkomsten hun zorgen en meningen uit. Dat doet veel voor het wederzijds begrip.

Wat voor gevolgen heeft dat?

Je ziet dat vanuit dat wederzijds begrip vanzelf de ruimte en wil ontstaat om over wensen, dromen en oplossingen te praten. De oplossingen die uit deze gesprekken ontstaan zijn vaak beter op de omstandigheden aangepast dan oplossingen die op de traditionele manier tot stand komen en zijn ook krachtiger omdat er meer betrokkenen achter staan.

Een ander gevolg is dat mijn rol moet veranderen om dit proces recht te doen. Het scheelt dat dat intern geen probleem is: In de organisatieverandering die wij voor ogen hebben staat het idee centraal dat je pas anders kunt doen als je anders bent. Dat betekent dat eerst de mensen moeten veranderen, wat nu aan het gebeuren is, en dat we daar dan de organisatie op aanpassen. Persoonlijk gaat mijn nieuwe rol me heel natuurlijk af. Ik wil niet meer anders!